
Iedereen kent de tulp als hét symbool van Nederland, maar het verhaal van deze bloem begon ooit hoog in de bergen van Azië. De tulp komt dus niet uit Nederland, zoals zovelen denken. Hier ontdek je hoe een eenvoudige bergbloem uitgroeide tot een wereldwijd icoon.
In oude gedichten en verhalen uit Centraal-Azië werd de bloem al genoemd. De tulp is oorspronkelijk een bergbloem uit Kazachstan, uit het Tien-Shan en Pamir-gebied, op de grens tussen China en Rusland.
Rond 1200 vinden we de tulp terug in Perzische gedichten, waar dichters de tulp roemden en de bloem beschreven als hét ideaal van vrouwelijke schoonheid en het symbool voor perfectie. Rond 1500 is de tulp een onlosmakelijk onderdeel van de Ottomaanse cultuur. Twee eeuwen lang lukte het Turkije om de tulp exclusief voor zichzelf te houden.
Vanuit de bergen van Kazachstan reisde de tulp via Turkije met handelaren naar Europa en uiteindelijk naar Nederland. De beroemde Vlaamse botanicus Carolus Clusius (1526 - 1609) is verantwoordelijk voor de introductie van de tulp in Nederland.
Clusius komt in aanraking met de tulp door een zending stoffen uit Constantinopel en begint rond 1565 met het opkweken en bestuderen van de tulp, waarna hij volledig in de ban van de tulp raakt.
Het blijft fascinerend hoe één kleine bloem zo’n rijke geschiedenis heeft. Ze begon als bergbloem in Azië en eindigde als hét icoon van Nederland. Zo wordt de tulp ook vandaag nog gezien als een symbool van schoonheid.
Vanaf 1600 werden tulpenbollen beschouwd als luxeartikel. De bollen waren vooral populair bij rijke kooplieden en regenten uit Haarlem en Amsterdam die veel geld besteedden aan de inrichting van hun siertuin.
De bloem was zelfs zo populair dat rijke mensen spiegels zetten achter hun tulp in de tuin, zodat het leek alsof ze er meer hadden. Je moest er gewoon één hebben, anders telde je niet mee. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.
De beroemste tulpenbol is de Semper Augustus, te herkennen aan zijn gevlamde strepen. In 1623 roept Nicolaes van Wassenaer, Amsterdams arts en geleerde, de Semper Augustus uit tot tulp van het jaar. Eeuwen later, in 1930 bleek dat de gevlamde strepen op de bloem veroorzaakt werden door een virus: het Tulpenbrekingsvirus.
In 1634 start de echte tulpengekte. Speculanten (de huidige beurshandelaren) stortten zich op de tulpenhandel in de hoop snel rijk te worden. Voor de Semper Augustus werd voor één bol 10.000 gulden neergelegd. Dezelfde prijs als voor een grachtenpand... met tuin!
Deze zogenaamde windhandel (winst maken op speculatieve gronden) was gericht op de verkoop van gebakken lucht met contracten die nooit konden worden waargemaakt.
In 1637 groeide het speculeren in de tulp zelfs uit tot een gekte en veroorzaakte het de eerste beurscrash ter wereld. Deze periode noemen we de tulpenmanie.
In 1636-1637 begint de publieke opinie zich tegen de tulpenspeculanten te keren. Het werd als een zonde gezien om te gokken, en daar begon het speculeren erg op te lijken.
Op dinsdagavond 3 februari 1637 stort in Haarlem de speculatieve tulpenhandel in en kelderden de prijzen. De tulpenhandel kreeg een slechte naam en vele speculanten bleven met lege handen achter. Het was de allereerste beurscrash. Vanaf dat moment bleef de tulp wel populair, alleen nu voor meer schappelijke prijzen.